De gemeente wil welstandseisen voor woonboten. Bootbewoners huiveren bij de gedachte maar lijken niet bijvoorbaat tegen, mits de eisen redelijk zijn, bleek tijdens een studiemiddag op uitnodiging van de Amsterdamse Adviesraad voor het Binnenwater.

Het ging er ongewoon gemoedelijk aan toe, vrijdagmiddag in een volle Boekmanzaal. Ontmoetingen tussen bootbewoners en politici leveren doorgaans heftige confrontaties op. Waterbewoners voelen zich zelden begrepen door de landrotten van de Stopera, die in hun ogen alleen uit zijn op 'bootje pesten'. Bestuurders en ambtenaren op hun beurt vinden bootbewoners maar lastig, geen land mee te bezeilen. Tegen elk voorstel komt een lawine van protest, bezwaarschriften en rechtszaken. Zo ver was het vrijdagmiddag nog niet, al klonk het wederzijds onbegrip vaak genoeg door.
Wethouder Duco Stadig had de relatie tussen bootbewoners en politiek niet beter kunnen verwoorden dan met zijn oproep: ,,Woonbootorganisaties doen er goed aan niet weer te schermen met de vraag of het 'juridisch wel kan', want dat zou een onverwacht argument zijn vóór erfpacht. Dus bedenk u goed."
Stadig wenst, naast het invoeren van erfpacht - of anders vertienvoudiging van het liggeld - duidelijke regels voor het verbouwen of vervangen van woonboten. Het moet maar eens uit zijn met de anarchie op het water, en ook met de willekeur waar bootbewoners bij de gemeente tegenaan lopen. „Nodig zijn welstandscriteria, waarvan iedereen zegt dat is redelijk, nu weten we tenminste waar we aan toe zijn.- Maar wat is redelijk'? Daar probeerden bootbewoners, politici, ambtenaren en leden van de betrokken welstandscommissies vrijdagmiddag achter te komen.
Onredelijk is in elk geval hoe het nu gaat, daar waren alle betrokkenen het over eens. De ene woonboot ondergaat met gemeentelijke goedkeuring een verbouwing waar de buurt steil van achterover slaat, een andere bootbewoner is in een verbeten juridisch strijd verwikkeld vanwege een paar ramen die hij van de welstandscommissie niet had mogen aanbrengen. Het beeld dat alles mag op het water klopt al jaren niet; het probleem is vooral dat niet duidelijk is wat wel en wat niet mag.
Stadsdeelwethouder Guido Frankfurther, die in stadsdeel Centrum de waterportefeuille beheert, vindt redelijk dat er duidelijke welstandsregels voor boten komen, zoals die ook voor panden gelden. „Wat is welstand te water? Fraaiheid, goed voorkomen, welgesteldheid. Waarom wel eisen aan woningen en niet aan woonboten? Het liefst zou ik ook welstandscriteria voor plezierboten instellen, want het gaat om ons 'blauwe goud'. Water maakt deel uit van de openbare ruimte, de grachten zijn cruciaal onderdeel van het beschermd stadsgezicht."
Alles goed en wel, merkte een bootbewoner op. maar dat beschermd stadsgezicht omvat ook de woonboten zoals die er op dit moment bijliggen. „En dus niet alleen de historische vaartuigen, maar ook de schoenendozen. Je sloopt toch ook geen panden omdat je ze niet mooi vindt. Bovendien, smaken verschillen. Veel toeristen vinden die kleurrijke arkjes en woonscheepjes juist prachtig." Frankfurther: „Soms wel. Kijk maar naar wat we momenteel in de Westelijke Tuinsteden doen." Aardig geprobeerd maar daar trapte de zaal niet in. Bij stedelijke vernieuwing gaat het niet om esthetiek maar om woningen die in de visie van stedenplanners niet meer aan de moderne wooneisen voldoen, of plaats moeten maken voor populaire koopappartementen.
Ook architectuurhistorica Marijke Beek ziet de welstandseisen voor walbebouwing als uitgangspunt voor welstandseisen op het water. „Net als op de wal zouden we de stad in drie gebieden moeten indelen: de binnenstad, de gordel '20'40 en de wijken buiten de ring. Bij het opstellen van welstandseisen moet de locatie meewegen."
Beek laat voorbeelden zien: geen ark van het type 'schoenendoos' voor een historisch pand, meer ruimte tussen schepen zodat je vanaf de wal water ziet. En vooral de gracht niet 'volbouwen', zoals op de Prinsengracht is gebeurd. „Een ark hoeft niet lelijk te zijn. Dit is bijvoorbeeld een mooi ark uit de jaren dertig," becommentarieert de architectuurhistorica de dia van een ark met gebogen dak en een rond raampje aan de walkant.
Woonbootdeskundige Frank Bos moet om het voorgaande vooral lachen. „Jaren dertig? De ark die Marijke Beek bedoelt, is een zogeheten Moree-ark, genoemd naar de bouwer. Hij stamt uit de jaren vijftig. In Wassenaar liggen er een heleboel en daar moeten ze weg omdat ze in Wassenaar als onesthetisch gelden. Zo zie je maar weer, het is pure willekeur."
Bos' boodschap: niet muggeziften over wat mooi of lelijk is. Bos is op zich niet tegen welstandscriteria. „Maar pak het nu eindelijk eens professioneel aan, en logisch." Onlogisch is het om arken als ongewenst te verklaren, zoals de laatste jaren in de binnenstad is gebeurd. „Arken liggen al sinds mensenheugenis in Amsterdam. Ze zijn als woonvorm ouder dan zogeheten historische woonschepen."
Op dat punt had Frankfurther hem trouwens al gelijk gegeven: „Liever een mooie ark dan een lelijk schip." Volgens de huidige regels is het niet toegestaan om een lelijk schip voor een mooie ark te vervangen, althans in de binnenstad. Andersom mag weer wel.
De zaal kwam met verschillende suggesties, zoals welstandseisen voor bepaalde gebieden en niet voor de hele stad. Een van de deelnemers aan de discussie waarschuwde: „Welstandsregels dragen het risico van eenvormigheid." Marijke Beek had daar onbedoeld al een voorbeeld van laten zien: een ark - type schoenendoos - die zij aanmerkte als 'best aardig dankzij het balkon en de gangboorden rondom'. Hilariteit bij een bootbewoonster, die de betreffende ark kende: „Juist die gangboorden moesten een paar jaar geleden op grond van de welstandseisen worden verwijderd."
Haar mening: „Je moet niets willen regelen behalve via het bestemmingsplan de maatvoering." Die optie lijkt gepasseerd. De welstandstoets voor woonboten komt eraan.
Joop Lahaise