Andere documenten over dit onderwerp:
Liever een mooie ark...
Door een wisseltruc met woorden zijn diverse arkbewoners in een onmogelijke positie geraakt. Vervanging van een verrotte ark door een nieuwe wordt geweigerd op grond van de regel dat een woonboot in de binnenstad niet door een woonark vervangen mag worden. Een ark is tegenwoordig geen schip of vaartuig, maar wel een boot.
Tot 1980 kregen bootbewoners juist het advies hun oude schip of opgebouwde vlet te vervangen door een degelijke ark. Die voldeed immers beter aan normale wooneisen. Pas later groeide de waardering voor historische schepen.
In 1988 werden de woonschepen (drijvende inrichting, hoofdzakelijk in gebruik als woon- of verblijfplaats) onderverdeeld in woonschepen en woonarken, in ijzer en beton. In de grachtengordel mocht een woonschip niet meer door een woonark vervangen worden.
Later werd de stad verdeeld in republiekjes en de Sluis- Brug- en Havengelddienst SBHD teruggesnoeid tot Binnenwaterbeheer Amsterdam BBA. Voor de binnenstad verscheen de nota Amsterdam te Water met drie nieuwe definities voor drijvend wonen. Alleen een echt, origineel, historische schip mocht voortaan 'woonschip' heten. Overige woonschepen als klassieke dekschuiten en antieke tjalken met opbouw werden omgedoopt tot 'woonvaartuig'. Arken bleven arken. Als verzamelnaam voor al het drijvend wonen werd gekozen voor 'woonboot'. Schip, vaartuig en ark zijn alle woonboten.
(Inmiddels kennen we de 'waterwoning', maar die valt weer niet onder het begrip woonboot.)
7-11-1984, Persbericht bureau voorlichting: AMSTERDAM ACCEPTEERT ZIJN WOONSCHEPEN Het gemeentebestuur van Amsterdam is in beginsel bereid alle in de stad aanwezige woonschepen te accepteren op hun huidige ligplaatsen. In uitzonderingsgevallen, als zich een onaanvaardbare situatie voordoet, zal te zijner tijd verscheping naar een door de gemeente aangeboden andere ligplaats plaatsvinden. Bij de vraag wat onaanvaardbaar is zal gekeken worden naar stedenbouwkundige, nautische, economische en milieutechnische aspecten. Welstandseisen zullen aan woonschepen niet worden gesteld.
1988, Persbericht 19880413: GEDOOGDE WOONSCHEPEN WORDEN LEGAAL Burgemeester en Wethouder
hebben nieuwe regels gesteld ten aanzien van het woonschepenbeleid. In 1984 had het college
besloten te onderzoeken waar woonschepen op plaatsen liggen die daarvoor niet geschikt zijn.
Er is een lijst met een beperkt aantal onaanvaardbare locaties vastgesteld. Dit betekent
dat de elders liggende woonschepen die tot dusver werden gedoogd, nu ook gelegaliseerd
kunnen worden. Amsterdam telt 2610 woonschepen, waarvan er tot nu toe 1100 werden gedoogd.
De ongeveer 50 schepen die nu nog op onaanvaardbare locaties liggen, worden geleidelijk en
in overleg naar alternatieve ligplaatsen geleid. Voor de vervanging van woonschepen zijn
nieuwe richtlijnen vastgesteld. Woonschepen die in de binnenstad liggen, kunnen niet meer
door woonarken worden vervangen.
Gem. blad 1988, afd. 3, volgn. 71: Richtlijnen bij vervanging van woonschepen.
Gem. blad 1988, afd. 3, volgn. 72: Legalisering van gedoogde woonschepen.
Gem. blad 1988, afd. 3, volgn. 73: Aanwijzing van onaanvaardbare locaties voor woonschepen.
12 april 1991, Gem. blad 1991, afd. 3, volgn. 44: Wijziging richtlijnen bij vervanging van woonschepen.
juni 1995, Nota Amsterdam te Water: De vervangings- en verbouwingsrichtlijnen worden gewijzigd en vereenvoudigd, zodanig dat:
- de huidige zonering in de binnenstad verdwijnt;
- de voorkeur voor echte woonschepen in principe blijft, nu op gelijke manier voor de gehele binnenstad;
- afwijking van deze voorkeur mogelijk is na positief advies van de Welstandscommissie, waarbij de 2e voorkeur is voor woonvaartuigen;
- er drie categorieën woonboten worden onderscheiden, te weten: woonschepen, woonarken en woonvaartuigen;
- de eisen ten aanzien van de maatvoering zullen worden verruimd: woonark: maximaal 20m lengte; woonvaartuig: maximaal 35m lengte; woonschip: maximaal 30m lengte; 6e de maximale hoogte (2,5m) en breedte (5m) in beginsel ongewijzigd blijven.
- motie 420 (PvdA, GroenLinks en VVD): Bij vervanging en verbouwing geldt de voorkeur voor woonschepen en voor woonvaartuigen, met dien verstande dat, wanneer een woonvaartuig het uiterlijk van een ark krijgt, advies wordt gevraagd aan de welstandscommissie.
- motie 424 (D66, VVD en PvdA): De Welstandscommissie wordt opgedragen, haar taken uit te breiden en haar ledental aan te vullen met terzake deskundige personen ten behoeve van advisering ten aanzien van woonboten.
- motie 427 (GroenLinks en VVD): Bij vervanging van woonschepen en woonvaartuigen zijn afwijkingen van de voorgeschreven maximale lengtematen toe gestaan, voor zover daarover positief wordt geadviseerd door de welstandscommissie.
- Gem. blad 1996, afd. 3, volgn. 35: Vaststelling Richtlijnen bij vervanging van woonboten.
- Gem. blad 1996, afd. 3, volgn. 36: Vaststelling Welstandscriteria voor woonvaartuigen en woonarken.(zie kadertje: Orakeltaal en open deuren)
2 april 1998, CvA Financiën, Binnenwaterbeheer: Gevraagd in te stemmen met het nieuwe beleid dat in de binnenstad woonboten niet meer door arken mogen worden vervangen. Feitelijk betekent dit dat het beleid van de Nota niet in tact kan blijven. Aangezien de Welstandscommissie vrijwel alle arken afwijst, voorstel tot algeheel verbod ter voorkoming van valse verwachtingen.
17 maart 1999, Beleidsregels uit het Evaluatierapport van de Nota Amsterdam te Water: Vervangen van een woonboot.
- Een woonschip, woonvaartuig of woonark mag in de binnenstad niet meer worden vervangen door een woonark, vanwege de aanwijzing van de binnenstad als beschermd stadsgezicht;
- Echte schepen die als vervanging dienen, behoeven niet te worden getoetst aan de Welstandseisen; een vervangingsvergunning moet altijd worden aangevraagd;
- -
Zo mogen we de negen nieuwe welstandscriteria wel noemen. Deze gaan gelden voor binnenstadse woonboten bij vervanging, verbouwing en nieuwe situaties. De eenvoudigste is regel 8. HET DAK DIENT ZORGVULDIG TE ZIJN VORMGEGEVEN. De welstandscommissie had natuurlijk ook kunnen volstaan met slechts een regel: "de woonboot dient zorgvuldig te zijn vormgegeven", maar het dak vraagt extra aandacht. Nu houdt niemand van lekkage. Met die zorgvuldigheid zit het dus wel goed. We blijven bij het dak met regel 4. SCHOTELANTENNES, SCHOORSTENEN, VLAGGENMASTEN EN VERGELIJKBARE TOEVOEGINGEN DIENEN ZODANIG TE ZIJN GEPLAATST DAT HET TOTAALBEELD NIET WORDT AANGETAST. Wie houdt er nou van aantasting van het totaalbeeld? Niemand toch? Gauw op zoek naar een regel die iets zegt over een gaaf totaalbeeld. Aha, regel 5. DE TOE TE PASSEN MATERIALEN DIENEN HET WATERKARAKTER TE ONDERSTEUNEN. ONDER ANDERE STEENACHTIGE MATERIALEN ZIJN DAAROM NIET TOEGESTAAN. Eh... het waterkarakter van de boot? ...van de omgeving? ...van het water? Nou ja, materiaal dus wat dat waterkarakter ondersteunt. De welstandscommissie helpt ons al een beetje op weg door te verklappen dat in ieder geval steenachtig materiaal tekort schiet in waterkarakterondersteuning. Een woonboot mag beslist niet op een rots in de branding gelijken. Wellicht moet ook de dienst Binnenstad de kademuren door ander materiaal vervangen, omdat het waterkarakter van de grachtengordel zulks vereist (stedelijke inpassing). Dat "onder andere" baart ons wel zorgen. We vrezen voor een hele waslijst van 'foute' materialen. Plaatmateriaal mag echter wel, want we lezen in regel 6. BIJ DE TOEPASSING VAN PLAATMATERIALEN DIENT DE VERDELING VAN DE NADEN EEN WEZENLIJK ONDERDEEL TE ZIJN VAN DE GEVELOPBOUW. Naast opluchting dat plaatmateriaal het waterkarakter kan ondersteunen komen we ook weer wat te weet over het totaalbeeld. Zeuren over naden is weliswaar pietluttig, maar `gevelopbouw met wezenlijke onderdelen' klinkt positief. We mogen door naar regel 2. HET CASCO EN DE OPBOUW DIENEN ONDERLING IN EVENWICHTIGE VERHOUDING TE ZIJN. BOVENDIEN DIENEN DE GEVELS GOED VAN VERHOUDING TE ZIJN. Kortom: "De woonboot dient zorgvuldig, goed en evenwichtig te zijn vormgegeven, opdat er een fraai onaangetast waterkarakterondersteunend totaalbeeld ontstaat, maar let ook op de verdeling der naden." We laten de theologie even los (zoals: watergebonden aktiviteit, landkarakter ondersteunende materialen, landgebonden aktiviteit of luchtfietserij) en maken een uitstapje naar de bijdrage van een `echte' ambtenaar. Deze verzon regel 1. DE OPBOUW MAG DE BUITENMATEN VAN HET CASCO NIET OVERSCHRIJDEN. en regel 3. IN AFWIJKING VAN HET GESTELDE ONDER 1 EN MET IN ACHTNEMING VAN DE IN ARTKEL 3 VAN DE `RICHTLIJNEN BIJ VERVANGING VAN WOONBOTEN' NEERGELEGDE MAXIMALE MATEN KAN TOESTEMMING WORDEN VERLEEND VOOR DE AANBOUW VAN EEN ERKER OF SOORTGELIJKE CONSTRUCTIE IN DE LENGTE, MITS DE DIEPTE DAARVAN NIET MEER BEDRAAGT DAN EEN TIENDE GEDEELTE VAN DE TOTALE BREEDTE VAN DE WOONBOOT. Vat U `m? Het is eigenlijk een gedichtje in de trant van Leentje leerde Lotje lopen langs de lange lindenlaan. Lees maar eens hardop.
Van een woonschip mag de opbouw niet de maten overschrijden van het casco van dat woonschip, maar er is wel een ontheffing voor een aanbouw of een erker aan de opbouw in de lengte van het woonschip, mits de diepte van die aanbouw of die erker nog geen tiende zal bedragen van de breedte van het woonschip en de lengte van de opbouw met die aanbouw of die erker niet de maten overschrijden van de richtlijn bij vervanging van een woonschip
Daar hebben de welstandsheren niet van terug. Als het aan deze ambtenaar ligt zou er ook een ontheffing voor steenachtige kiezelsteentjes op het dak mogelijk moeten zijn, mits..., met inachtneming... Leve de formulieren. Na dit wonderlijke koekoeksei terug naar de twee laatste loodjes. Regel 7. HET HOUTWERK DIENT TE WORDEN UITGEVOERD IN EEN TERUGHOUDENDE KLEUR. KLEURACCENTEN, MITS BEPERKT, ZIJN TOEGESTAAN. Dat hout toegestaan is, zal niemand verbazen al ondersteunt water eerder het houtkarakter dan omgekeerd. Het venijn zit hem in dat 'kleurterughouden'. Is zwanenwit terughoudend? En meerkoetzwart of hemelsblauw, kastanjebruin, lindegroen, kersenrood, zalmroze, korengeel of koninklijk oranje? Wenst men muisgrijze arken, marine-grauwe woonvaartuigen, fletse vletten, kartonkleurige dozen of jungle-camouflage? Gelukkig is er tenslotte nog welstandsregel 9. DE DETAILLERING DIENT ZOVEEL MOGELIJK EEN MARITIEM KARAKTER TE HEBBEN; DIT BETEKENT EEN SLANKE EN NAAR HET WATER VERWIJZENDE VORMGEVING. Nu, we hebben het niet breed en verwijzen gaarne naar het water. Hoezee, versterk het maritiem karakter van de schepen met leuke details die naar het water verwijzen en tover de drijvende `schoenendozen' om tot watermonster of zeemeermin. (Amsterdamse Woonbotenkrant zomer 1996)
In de binnenstad van Amsterdam is het lastig om een schip of ark te vervangen. Geven de vervangingsregels nog de indruk dat het kan, de welstandscommissie gooit meestal roet in het eten. Het enige dat nog mogelijk lijkt is het vervangen door middel van een authentiek schip. Die zijn er rond de twintig meter nauwelijks. Nieuwbouw kan een optie zijn, of de vervanging door middel van een 'opgebouwde dekschuit'. De welstandscommissie spreekt ook daar zijn veto echter over uit. Valt daar iets tegen te doen? In onderstaand stuk doe ik een suggestie die wellicht tot succes zou kunnen leiden.
De geldende regels staan in de 'Vaststelling richtlijnen bij vervanging van woonboten'.[1]
In artikel 6 van de Richtlijnen bij vervanging van woonboten (hierna: Richtlijnen) is geregeld dat een woonboot kan worden vervangen door een woonvaartuig. Voor vergunningverlening is een positief advies van de Welstandscommissie nodig. Blijkens meerdere adviezen stelt de Welstandscommissie zich op het standpunt dat een woonboot alleen mag worden vervangen door een woonschip. Dit standpunt verdraagt zich slecht met hetgeen de gemeente Amsterdam nastreeft. Van een advies van de Welstandscommissie mag door het gemeentebestuur worden afgeweken, indien dit gemotiveerd geschiedt.
In het evaluatierapport van de nota Amsterdam te water van 24 november 1998 wordt het probleem van de vervanging van woonboten besproken. Daarin stelt het College van B&W voor om in de oude binnenstad vervanging door woonarken niet meer toe te staan. Achtergrond daarbij is dat arken geen schepen zijn (en ook niet het uiterlijk van een boot hebben) en daarom niet inpasbaar zijn in de binnenstad. Arken worden door de Welstandscommissie ervaren als bouwwerken in het water, hetgeen naar het oordeel van de Welstandscommissie temeer klemt nu de binnenstad is aangewezen als beschermd stadsgezicht.[2] Even verder schrijft het College van B&W dat alleen die schepen inpasbaar zijn die voorzien zijn van maritieme karakteristieken.[3] In de Evaluatienota wordt echter geen voorstel gedaan om voortaan vervanging van woonschepen door woonvaartuigen onmogelijk te maken.[4] Ook in de brief van het College van B&W van 18 februari 1999 wordt slechts ten aanzien van de vervanging door arken het standpunt ingenomen dat het niet wenselijk is om aan burgers vervangingsmogelijkheden voor te houden die in de praktijk niet kunnen worden gebruikt.[5] Het beleid van het College van B&W is dus niet gericht op het weigeren van vervangingsvergunningen indien een woonschip wordt vervangen door een woonvaartuig.
In de Evaluatienota erkent het College van B&W dat de afmeting van de ligplaats vaak te klein is om
een 'echt' woonschip neer te leggen. Ook in een brief aan de Commissie van Advies voor financiën
geeft de wethouder er blijk van zich bewust te zijn van het feit dat het vinden van een oorspronkelijk
schip van bijvoorbeeld 18 meter vrij moeilijk is. Onlangs nog schreef de wethouder dat schepen van
19 meter nauwelijks bestaan.[6] Letterlijk:
'Schepen van dat formaat bestaan nauwelijks en het is juridisch niet toegestaan om zonder voldoende compensatie de eigenaar in een slechtere positie te brengen dan voor de vervanging.'
Indien het voorgaande wordt toegepast op menige vervangingssituatie, ontstaat het volgende beeld.
Omdat er bij vervanging minimaal twee meter tussenruimte moet zijn met de naburig gelegen woonboten
kan niet de volledige lengte worden benut. Het schip/vaartuig dat in de plaats van de te vervangen
woonboot komt, kan vaak niet langer dan 15 tot 20 meter lang zijn. Schepen van deze afmetingen zijn
er nauwelijks. Aangezien het feit dat schepen van deze lengte niet of nauwelijks op de markt zijn,
hetgeen door het College van B&W al een aantal malen is erkend, behoeft dit geen verdere onderbouwing.
Dit leidt er toe dat het vervangen van een woonboot door een woonschip niet tot de reële
mogelijkheden behoort.
Een opgebouwde dekschuit heeft het uiterlijk van een boot, hetgeen door de Welstandscommissie van belang wordt gevonden,[7] en is in beginsel inpasbaar in het stadsbeeld. Ook is niet zonder betekenis dat een dekschuit of zolderschuit van soms tachtig jaar oud ook als historisch vaartuig zou kunnen worden aangemerkt. Vergelijk de waterboot bij het Amstelveld.
Zoals bekend moet het doel dat met de beschikking wordt beoogd, in de praktijk daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Indien dat niet het geval is, is er sprake van een 'schijndoel'.[8] Het met het vervangingsbeleid beoogde doel, is het vervangen van woonboten door andere woonboten die aanvaardbaar zijn. Door slechts woonschepen aanvaardbaar te achten, waarvan bekend is dat die niet meer verkrijgbaar zijn, is het feitelijk resultaat dat vervanging nimmer mogelijk is. Dit leidt uiteindelijk tot het verdwijnen van een ligplaats. Immers, de bestaande woonboot is niet meer geschikt voor bewoning en elk ander woonvaartuig zal worden geweigerd.
Zoals de wethouder al terecht opmerkte, is het juridisch niet toegestaan om zonder voldoende compensatie de eigenaar in een slechtere positie te brengen dan voor de vervanging.[9] Evenmin is het toegestaan om vervanging de facto onmogelijk te maken. Het na te streven belang (welstand) van de gemeente is niet zo zwaarwegend dat daardoor vervanging niet meer mogelijk is en een ligplaats, en daarmee een woning zelfs verdwijnt.
Kortom: het beleid van het College van B&W is er op gericht om ook in de binnenstad vervanging van woonschepen mogelijk te laten zijn. Vervanging door woonvaartuigen wordt niet ongewenst geacht. Omdat de beschikbare ligplaatsruimte beperkt is, leidt het categorisch weigeren van vervanging door woonvaartuigen tot een uitsterfbeleid, hetgeen in strijd is met de Richtlijnen.
Indien een (onbewoonbaar geworden) schip de facto niet meer vervangen kan worden verdwijnt daarmee een woning. Dit is een niet beoogd maar wel gerealiseerd effect van de onderhavige, (voorgenomen) beschikking. Dit leidt onvermijdelijk tot schade. Deze schade is, zoals de wethouder zich ook al realiseerde, verhaalbaar op de gemeente.
Matthijs Vermaat, Advocaat bij Van der Woude De Graaf advocaten
- Gepubliceerd in het Gemeenteblad 1996, afd. 3 volgn. 35. (terug)
- Evaluatienota 24 november 1998, p. 12. (terug)
- Idem, p. 13. (terug)
- Brief van Wethouder Peer aan de Commissie van Advies voor Financiën, Sport en recreatie, Lokale media en Binnenwaterbeheer ten behoeve van de vergadering van 7 mei 1998. (terug)
- Gemeenteblad afd. 1, p. 665. (terug)
- Brief aan de Commissie van Advies voor Cultuur, telecommunicatie, Lokale Media, Milieu, Openbare Ruimte en beheer Binnenwater d.d. 17 oktober 2001, Agendapunt B1, p. 5. terug)
- Evaluatienota 24 november 1998, p. 12. (terug)
- ABRvS 21 juni 1994, AB 1995, 86. Zie verder Belangenafweging door de wetgever, W.S.R. Stoter, Den Haag 2000 en Handleiding AWB-praktijk, H.J. Simon, Den Haag 1998. terug)
- Zie noot 5. (terug)